Natuurtuin ’t Loo

Column van Leen Verhoeven

Leen Verhoeven schrijft sinds jaar en dag wetenswaardigheden over wilde planten. Leen is vrijwilligster in Natuurtuin ’t Loo. Je kunt haar meestal op woensdagmiddag vinden in de wilde plantentuin.

Maagdenpalm

Het is al eind november en het is nog een mooie zonnige dag om in de Wilde Plantentuin te werken. Ik ben maar alleen, twee van mijn maatjes liggen in de lappenmand en de tuin ziet er ook wat somber uit. De resten van de Teunisbloem en de Kaardenbol staan nog overeind, in een van de perken valt het felle rood van een verdwaalde Klaproos op, een laatbloeier, of ‘tweede leg’?

De mooie glanzend groene Maagdenpalm vertoont nog enkele paarsblauwe bloemen. Het is een dankbare plant waar we niet veel werk aan hebben en misschien wel aardig om die eens onder de loep te nemen. Vanwege de naam misschien wel en omdat het bijna Kerstmis is, een kleine link met het kerstgebeuren, tenslotte werd het kerstkind als enige geboren uit een reine Maagd.

Maagdenpalm,
een kaal heestertje lees ik ergens. De wetenschappelijke naam:
Vinca Major van de grote soort en Vinca Minor van de kleine versie. Beide bloeiend met paars-blauwe of witte bloemen er is ook een soort met geel of wit bonte bladeren.
Maagdenpalm is een prima bodembedekker, bloeit vanaf eind februari tot april en komt oorspronkelijk uit Azie of Zuid Europa. Ze komt voor op de lijst van bedreigde planten en was ook in ons land, tot januari 2017, nog vermeld als beschermde plant.

De plantkundige Dodonaeus (1517-1585) noemde de plant Vincoorde of Maegdenkruyt.
Vinca zou betekenen binden of omwinden, waarschijnlijk zo genoemd naar een oud gebruik om er kransen van te vlechten, of Vinco: ik overwin (omdat hij winterhard is?).

Liefdesdrank

Maarten Houttuyn, Nederlandse Arts en Natuuronderzoeker (1720-1798), (de naamgever van de bodembedekker Houttuynia cordata Plena), schrijft: “Maagdenpalm: het loof bekend bij trouwgevallen voor jonge lieden en tot het versieren der Maagden”
In de Middeleeuwen was het de plant van Magiërs en Dichters en een bestanddeel van een liefdesdrank. Jonge meisjes tooiden zich met een krans van Maagdenpalm wanneer ze naar een feest gingen, of als ze zelf de bruid waren. De plant werd beschouwd als zinnebeeld van trouw en onsterfelijkheid en vanwege dat laatste deed men overledenen een krans om het hoofd en werd het op het graf gepland.

Bescherming

Tot in de 18de eeuw werd het ook wel Heeskruid genoemd en brouwde men er een middel van tegen heesheid en keelpijn en kauwde men op de bladeren tegen kiespijn.
En als je bang was voor het Boze Oog, dan droeg je een takje bij je. Een krans aan de deur beschermde tegen de Duivel en Heksen!!
Maagdenpalm bevat giftige stoffen maar wordt nog verwerkt in vaatverwijdende middelen om de doorbloeding van de hersenen te verbeteren bij duizeligheid en vergeetachtigheid. En voor dat laatste is het misschien, gezien mijn leeftijd zeker, wel nuttig om wat van het middel in huis te hebben. En de liefdesdrank? Daar begin ik maar niet meer aan.

Leen Verhoeven, december 2017

Maagdenpalm

maagdenpalm

St. Teunis

Van het vriendje van een van mijn kleinkinderen kreeg ik het boek, Eetbare Wilde Planten, 200 soorten, herkennen en gebruiken, oorspronkelijk Duits 2007, vertaald in het Ned.in 2014, (Schildpad boeken). Een prachtige uitgave en van de 200 beschreven soorten groeit een grote hoeveelheid in onze Wildeplantentuin. Wij zijn vaak bezig met het verwijderen van een aantal en altijd wel met een “’t is nog zunt” (zonde)gevoel en al helemaal als je dan zo´n boek ìn duikt!
Zo ook de beschreven Teunisbloem die zich in onze tuin goed thuis voelt en niet is te temmen. Geen perk waar die niet in voorkomt. Van Albert van Otten weet ik nog dat we de uitgebloeide planten moesten laten staan omdat veel vogels dol zijn op de zaden.
Lees ik in mijn nieuwe boekje en na snuffelen in enkele andere, wel wat meer nuttigs over deze ‘lichtgevende’ bloem.

Naam en herkomst

De Middelste Teunisbloem, (Oenothera Biennis) maakt deel uit van de Teunisbloemfamilie met zo’n 125 soorten. De Teunisbloem komt oorspronkelijk uit Zuid- en Noord Amerika en is in de zeventiende eeuw als groente naar Europa gebracht. De plant is tweejarig en winterhard.
De naam is afgeleid van Oinos: wijn, naar de wijngeur van de wortel en Thera: wild dier.
Theophrastus (371-287 v. Christus) duidde de plant als: “Die, met wijn genoten, mensen vrolijk, en dieren mak maakte”. Men mengde de wortels door het voer, om wilde dieren te temmen. Wat de mensen vrolijk maakte zal de wijn wel zijn geweest vermoed ik.De Teunisbloem is bekend onder vele andere namen, zoals b.v. Patrijskruid, jagers voerden ze (ook nu nog in de duinstreken) aan patrijzen en fazanten.
Ze heeft namen als Nachtbloem, Nachtschone of Nachtlelie, omdat de sterk geurende, heldergele bloem pas in de schemer open gaat en slechts één nacht bloeit. Daar maken de nachtvlinders dan dankbaar gebruik van.

In de keuken

De hele bloem is eetbaar. De jonge wortels kun je rauw eten de smaak zou op schorseneren lijken. Ik heb ze geproefd. Ze plakte wel als een schorseneer, maar de smaak vond ik radijsachtig, lekker geraspt door een salade, of in ovenschotels. Bladeren kun je eten van april tot juni als salade of als spinazie. De jonge stengels eet je geschild, rauw of roerbakken. Ook de bloemen zijn eetbaar en decoratief. De rijpe zaden kan je, zoals sesamzaad, verwerken in koekjes.

Heilzaam

De plant is bekend in medische en cosmetische industrie, vooral de teunisbloemolie is heilzaam bij hoge bloeddruk en premenstrueel syndroom, en ontstekingsremmend. Ze is verkrijgbaar in capsules. Een siroop van bloemen en bladeren zou werken bij kinkhoest en astma.

Heiligen

En er is natuurlijk ook weer een heilige aan deze veelzijdige bloem verbonden. De naam Teunis zou namelijk afgeleid zijn van de Heilige Anthonius. Ergens vernoemd men de Heilige Anthonius Abt Heiligendag op 17 januari, vaak afgebeeld met een varken (een getemd wild zwijn??). Anthonius is de patroonheilige van dieren en slagers.
De plant is ook verbonden aan de Heilige Anthonius van Padua, patroonheilige van verloren voorwerpen. Op 13 juni, zijn heiligendag, staat de Teunisbloem in volle bloei.

We zijn weer iets wijzer dus: de Teunisbloem op het menu en in de medicijnkast en niet vergeten: Anthonius van Padua voor als je weer eens iets niet kan vinden.

Leen Verhoeven, augustus 2017

Cover Eetbare Wilde Planten
Cover Eetbare Wilde Planten

Teunisbloem

Teunisbloem
Teunisbloem Bron: https://www.flickr.com/photos/superiornationalforest/

Smeersels

Of ik geen  middeltje wist voor een vervelende huidkwaal… Mijn moeder zou gezegd hebben: “Smeer er maar wat uierzalf aan.” Uierzalf. Een middel dat in mijn kindertijd, in mijn verbeelding dan toch, overal voor werd gebruikt en we van een boer uit de buurt gekregen. Nu is er een enorme keus aan smeersels, ook alternatieve, voor een geïrriteerde of prikkelende huid. Calendula (Goudsbloem) is bijvoorbeeld een veel gebruikt alternatief middel. Ik ben vertrouwd met Cardiflor van VSM. Het bleek echter de vervelende kwaal erger te maken. Reden voor mij om me eens te verdiepen in de samenstelling van verschillende smeersels.

Wat bleek? Je moet een bijsluiter wel lezen, ook bij zalfjes, want wat daar niet in verwerkt  wordt! Ik beperk me nu slechts tot het door mij gebruikte middel, ook omdat het, (toevallig?) past bij mijn vrijwilligerswerk in de Natuurtuin.

Blaasjeswingerd

De wetenschappelijk naam: Cardiospermum Halicacabum, bekend als Blaasjeswingerd, van de plantenfamilie Sapindacea (Zeepboom). Een klimplant uit tropische gebieden, naar onze streken gehaald als sierplant door ene Fuchs in 1543. Van Carl van Linne kreeg het in 1731 zijn naam Cardiospermum, wat hartvormig zaad betekent. De zaden zijn groot en donker met  een hartvormige witte vlek en bevinden zich in een ballonachtig zakje, daarom ook wel Ballonplant, of nog mooier Liefde in een tasje genoemd. De plant kreeg ook nog namen als Hartzaad en Wondererwt. Het is een klimplant met kleine witte bloemen en kan wel 2 tot 3 meter hoog worden.

Geneeskrachtig en eetbaar

Wilmar Schwabe testte de geneeskracht  van de plant, en werd het in de homeopathie verwerkt als een ontstekingsremmend en pijnstillend middel. De oorspronkelijke bewoners van het Amazonegebied dragen armbanden van de mooie zaden als bescherming tegen slangenbeten, de saponinerijke vruchten worden ook als zeep gebruikt. Het zou ook een kruid zijn voor behandeling van rugklachten en artritis, en gezien de leeftijd en werkzaamheden van de vrijwilligers in onze tuin, misschien de moeite waard wat van die “liefdeszaadjes” te zaaien. Een eetbaar soepje van de bladeren is namelijk ook mogelijk, en de kookgroep van de Natuurtuin is vast bereid om dat uit te proberen.

Leen Verhoeven, mei 2017

Blaasjeswingerd

Blaasjeswingerd
Cardiospermum halicacabum. Bron: https://www.flickr.com/photos/55307748@N00/1247099463

Wintertuin in Onze-Lieve-Vrouwen-Waver

Tijdens de jaarlijkse dagtocht van het K.V.G. St. Oda, bezochten we het Ursulinen klooster in Onze-Lieve-Vrouwen-Waver, nooit van gehoord? In een dorp in België, niet ver van het mooie stadje Lier, ligt het klooster. Het was voorheen een pensionaat voor meisjes, die vanuit de hele wereld kwamen voor onderwijs. De moeite van een bezoek waard en ik ging voornamelijk voor de wintertuin, wat een unicum zou zijn. Ik was dus benieuwd… Ik denk bij een wintertuin aan een oranjerie waar in de winter de vorstgevoelige planten werden bewaard. Dat was het dus niet, slechts wat palmen en varens en natuurlijk een enkele Sanseveria.

Art Nouveau

Er was een enorme serre, in 1900 ontworpen in Art Nouveau stijl, bedoeld voor de pensionaten en hun bezoek, om aangenaam te verpozen.  Het dak was een enorme koepel van glas in lood, waarin vooral de Oost-Indische kers als motief was gebruikt.

Ik was onder de indruk, wist van de ooit gevolgde kunstgeschiedenislessen, dat in de Art Nouveau of Jugendstil veel gewerkt werd met bloemmotieven. Daarvan had ik vooral de Acanthus onthouden, de Oost-Indische kers was me nooit opgevallen. Bijzonder was in deze ruimte, dat ook de meubels Art Nouveau stijl waren. En om de mooie koepel te bewonderen was het niet nodig steeds omhoog te kijken: de tafels waren met een speciaal donkergroen glazen blad bedekt waarin het glas in lood mooi weerspiegeld werd. Geen angst voor een stijve nek dus.

Oost-Indische Kers

De slingerende motieven van de bloemen deden me denken aan de tuin van Velt waar ieder jaar de Oost-Indische kers welig tiert tot aan de eerste vorst. Vorige zomer nog fleurig tussen de pompoenen. Ik pluk wel eens een blaadje, lekker fris en pittig, de kookgroep verfraaide er ook de maaltijden mee. Men hoorde dan ook wel eens, ‘kunde dê èten?’, ja dus, en niet alleen lekker, ook nog goed voor lijf en leden ontdekte ik. Ik zou nu kunnen zeggen, kijk op Google en je krijgt alle informatie, en over het Klooster en over de Oost Indische kers. Maar hier toch een kleine greep uit alle verhalen.

Oost-Indische kers (Tropaeoleum majus) is inheems in o.a. de Andes van Peru, en Columbia, in Europa vaak als eetbare sierplant, doet het prima in de zon en op vochtige bodem. Zowel bladeren, bloemen , bloemknoppen en zaden (jonge zaden ingelegd als alternatieve kappertjes) kunnen in de keuken worden gebruikt, ze bevorderen de spijsvertering. De farmaceutische industrie gebruikt de plant in weerstand verhogende preparaten. De naam Oost-Indische kers stamt al uit de 17de eeuw. Kers omdat de smaak overeenkomt met die van de Waterkers. De bladeren hebben een peperachtig smaak en zijn heerlijk in, of als een salade. De mensen van Velt weten natuurlijk wel, dat de Oost-Indische Kers ook een prima middel is voor het bestrijden van luis en spint.

In de fytotherapie wordt ze aangewend tegen allerlei ziektes, een blaasontsteking is er goed mee te behandelen, ook ademhalingsproblemen en volgens de Franse kruidkundige Mességué het!! middel tegen kaalheid. Even terug naar het klooster.  Niet alleen de wintertuin was indrukwekkend, door het hele gebouw werd je verrast door allerlei stijlen, Empire, Neogotiek, Neoromaans en ook de bijzonder de kerk op de tweede verdieping en de piano galerij, kortom te veel om op te noemen. Ursulinen hebben we wel niet ontmoet, maar ze zijn er wel. De jongste non zou 71 zijn. Ben ik helaas al te oud om daar nog voor verjonging te zorgen.

Leen Verhoeven, december 2016

Detail van serre in de wintertuin
Wintertuin bron: https://www.flickr.com/photos/erfgoed/

Oost-Indische kers

Oost-Indische kers
tropaeolum majus, oost indische kers bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/Tropaeolum_majus

Geschiedenis en Stekels

Wanneer is iets geschiedenis?  Ik vroeg me dat af  toen ik in juni hoorde dat Albert van Otten was overleden. Wie of wat bepaalt dat je wordt vergeten of hoe je wordt herinnerd ?In het Eindhovens dagblad is er wekelijks een verhaal over straatnamen, vaak vernoemd naar iemand die bijzonder was, je staat er zelden bij stil als je er door fietst.  In de Natuurtuin hebben we het ‘Albert  van Otten plein‘, zijn naam op een stukje hout, hangend aan de Insectenmuur.

Albert van Ottenplein

Insectenmuur

Er staat verder geen vermelding bij waarom, of wie Albert was. Nu denk je bij ‘plein’ waarschijnlijk aan een enorme ruimte, maar dit is slechts een plek met een bank bedoeld om kinderen en andere belangstellenden te vertellen over het wel en wee van de bewoners van de insectenmuur.

En aan die muur leverde Albert de grootste bijdrage. Hij stond ook mede aan de wieg van de Natuurtuin. Een echte natuurmens. En of je nu vragen had over vlinders, vogels (zijn grootste passie), bijen en ander vliegend of  kruipend spul, hij wist ervan. Samen met Dora, zijn vrouw die tot aan zijn ziekte ook een trouwe vrijwilligster was in de Wildeplantentuin was, wist hij ook nog eens zowat alles over wilde planten. Van zijn kennis maakten we met het inrichten van de Wildeplantentuin dan ook dankbaar gebruik. Een stukje geschiedenis nu.

Stekendoorntje

Albert had vast wel geweten welk sneeuwwit vogeltje op wat voor stekendoorntje dan ook zat in het liedje dat  dagelijks luid klinkt via het Carillon vanuit de toren op ’t Hof. Of eigenlijk kan ik beter zeggen vanuit de zendmast van Bergeijk, want er zit meer apparatuur in dan klokken (een enorme bron van inkomsten voor de kerk geloof ik). Ik woon tijdelijk 3-hoog boven de Jumbo, krijg dus dagelijks een portie Carillon (en straling?) op mijn bord.
Ieder uur een lied, o.a. “Het Hermenieke van Bergeijk”, (kan natuurlijk niet ontbreken), al klinkt het via het Carillon meer als Herrie/menieke, maar dus ook “Er was een sneeuwwit vogeltje, al op een stekendoorntje”,  din don dijne…” Ik zong altijd  Stekel-doorntje, en dan krijg je toch een beeld van een vogeltje op stekelvarken (dacht ik als kind).
In de tekst van het lied, gevonden op Google, staat Steken-doorntje: het is een Minnelied uit de zestiende eeuw en er zijn veel varianten van. Harrie Franken verzamelde er ook hier in de streek enkele.

Het wit vogeltje dient als boodschapper die een brief moet brengen naar zijn geliefde. De witte kleur staat voor onschuld en het Stekendoorntje zou een voorbode zijn voor slecht nieuws, symbolisch bedoeld dus, hij had al een ander lief.

Valse Christusdoorn
Ik vroeg me af of Stekendoorn een struik was?  Zoek je bij Stekendoorn, krijg een reeks van allerlei steken die er bestaan, van bijensteek tot brandnetel. Niets over doornen. Veel struiken hebben stekels, maar met doornen waarop een vogeltje kan zitten? Blijven zoeken dus, en jawel de Christusdoorn, en dan niet de kamerplant, maar  een boom, de Valse Christusdoorn, (Gleditsia Triacanthos) waarvan de takken vermoedelijk werden gebruikt voor de doornenkroon van Jezus Christus. Het is een bladverliezende boom, die snel groeit en vlug voor schaduw zorgt, kan een hoogte van 20-30 meter bereiken, stamt uit Noord-Amerika. Deze boom krijgt aan de stam en takken enorme stekels die kenmerkend zijn voor deze bijzondere boom. Op zo’n stekel past het bedoelde witte vogeltje wel, zelfs als het een witte postduif was?

Leen Verhoeven, oktober 2016

Valse Christendoorn

Valse Christusdoorn
bron: https://www.flickr.com/photos/90683058@N02/19005248518

Bloementherapie

Onlangs vroeg iemand me of ik mee wilde naar een avond over bloementherapie. Je moest dan een bloem die jou voorkeur had meenemen. Ik heb voor te veel bloemen een voorkeur, zo´n therapie is aan mij niet besteed. Al ken ik wel de invloed van bloemen op je gemoed en een vaas vol gele bloemen bij somber weer kan wel eens helpen. Om toch wat meer over die therapie te weten te komen kocht ik bloemenorakelkaarten. Mooie kaarten met raadgevingen en wijsheden. Maar helaas, op het madeliefje na, zaten er geen wilde bloemen tussen. Sommige teksten  spraken me wel aan en toen ik onlangs in de wilde plantentuin, tot mijn enkels in de op boomplantdag vers gestrooide houtsnippers, stond en vooral veel werk zag, nam ik de tekst op de kaart van de Hortensia dan ook maar letterlijk: “Het is gemakkelijker de eerste stap te zetten, als je dit probleem in stukjes oplost”. En zo is het maar net, perk voor perk, dacht ik. En ging op zoek naar het stekje Peterselievlier, dat ik vorig jaar geplant had. Zou het nog te vinden zijn tussen de woekerende ‘panen’ (kweekgras).

Vlier in veel soorten

Gewone Vlier (Sambucus Nigra) staat er voldoende in de tuin,  maar de Peterselievlier is mooier met een fijner blad. Bij een recent klinisch onderzoek  naar vlierbessensiroop werd vastgesteld dat het de verschijnselen en de duur van griep verminderde! De siroop is denk ik wel bij iedereen bekend, evenals de thee van de bloesem, als een prima middel bij griep en verkoudheid. Toch nog maar eens wat aandacht voor deze struik. Er is genoeg over te vinden en, wat ik nog niet wist, er zijn ook diverse siercultivars zoals Aurea met een goudgeel blad, Madonna met roomgeel gevlekte blad,  Black Lane met paars zwart blad en roze bloemen, nooit gezien (op een plaatje erg mooi).  Er is ook nog de Bergvlier, maar die is giftig.

Van oudsher  dus al een zeer gewaardeerde struik, de naam Sambucus betekent schuiftrompet, het vlierhout werd vroeger gebruikt voor het maken van fluitjes. Zo lang is dat niet geleden want ik herinner me nog dat mijn pa die maakte,  alleen niet dat die fluitjes werden gemaakt van vlierenhout.

Vlier speelde ook in de oudheid al een grote rol in de Magie, vanwege haar verbondenheid met de godin van de dood, en in sprookjes en sagen (Vrouw Holle woonde onder een Vlier.)

De Vlier was minder geliefd bij christenen en werd Duivels- of Judasboom genoemd, want Judas zou zich aan een Vlier hebben verhangen. Een paddenstoel, daarom genaamd Judasoor, is een zwammensoort die vooral goed gedijd  op Vlierenhout. De paddenstoel lijkt echt op een oor en wordt  nog steeds, vooral in China, massaal voor consumptie  gekweekt.

Dicht bij huis geplaatst biedt de vlier bescherming tegen bliksem, verjaagt  muggen en vliegen, (begrijpelijk want de geur is minder aangenaam) en ook mollen hebben er een hekel aan. Maar ik heb geen idee hoe men daar dan de Vlier voor gebruikt, misschien in elke hoop een  tak stoppen? Misschien mooier wel dan de gebruikelijke plastic flessen die men wel eens in moestuinen ziet.

Een orakelkaart van de Vlier zat er niet tussen, wel een met een Madeliefje, het advies daarop? “Maak het leven simpeler !”( je aandacht niet aan te veel  dingen tegelijk besteden.) Een wijze raad, dat zeker, maar gewoon werken tussen de bloemen is zo wie zo al een prima therapie.

Leen Verhoeven, april 2016

Vlier

Bloem van de vlier
Vlier bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Sambucus_nigra_4.jpg
Blas van peterselievlier
Peterselievlier bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Vlier_Peterselievlier.jpg

Heksenkruid

Onlangs brachten we met de vrijwilligers een bezoek aan het landgoed van Roel Winters. Ik was onder de indruk, hij had het goed voor elkaar en laat de natuur zijn gang gaan. Of dat in onze tuin ook zou kunnen? Dan moeten we wel de naambordjes wegdoen.  Wij zijn nu in de Wildeplantentuin al weer bezig met het verwijderen van planten, waarvan wij vinden dat ze in een bepaald perk niet horen. Voelde ik me al wat schuldig, lees ik ook nog een artikel in de krant van wildplukker Edwin Flores, die de  natuur ziet als een soort supermarkt, waar je met wat moeite heerlijke maaltijden kunt plukken. Wij sjouwen waarschijnlijk allerlei lekkers naar de composthoop. Zo ben ik al dagen bezig om Moerasspirea en andere woekerende planten te verwijderen.  Het is een vreselijke karwei, want het zijn planten met zeer sterke wortels die dan vaak ook nog wortelen in een andere plant.

Toch eens opzoeken of  Moerasspirea (Filipendula ulmaria), eetbaar of anderszins ergens goed voor is. Dat ze mooi is, weet ik. Met wit-gele bloemen en, lees ik ergens, al gevonden 11.000 voor Christus in de overblijfselen van een graf in Schotland. Geliefd bij Druïden en bestempeld als Heilig kruid, samen met Watermunt en IJzerhard.

De kruidenwetenschapper John Gerard schreef al in 1597: “De bloemen en bladeren maken het hart vrolijk en brengt de zintuigen in verrukking!”

De plant krijgt vele namen zoals Trouwkruid, Spierkruid en Geitenbaard (zo genoemd vanwege haar op een geitensik lijkende bloemen). En vanwege haar roomkleurige en naar amandel en honing geurende bloei: Koningin van de weide, en wat te denken van de naam Heksenkruid?  Heksen konden zich namelijk bij het opsnuiven van de geur in tweeën  splitsen. Ga ik ook eens proberen, een extra vrijwilliger is toch mooi meegenomen!!

De bloemen werden vanwege de geur in kamers gestrooid en men maakte slingers van de bloemen voor pasgetrouwde stelletjes. Koningin Elisabeth I van Engeland was er dol op. Waarom? Misschien vanwege de geur en kleur? Of mankeerde ze van alles? De hele plant is namelijk geneeskrachtig, een probaat middel tegen jicht, darm en maagklachten.

De ontstekingsremmende werking is in 1830 ontdekt, en van de naam Spirea is ons woord aspirine afgeleid. De plant bevat de zelfde stoffen (salicylzuur).

Waar het nog allemaal goed voor is? Te veel om op te noemen. Misschien nog een tip voor de wijnmakers, gemengd met deze plant krijgt de wijn een zoete muskaatachtige smaak, mocht het opsnuiven van de geur  van de bloemen  ons niet in tweeën splitsen? het drinken van zo’n wijntje dan misschien wel.

Leen Verhoeven, oktober 2015

Moerasspirea

Moerasspirea
Moerasspirea bron: https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Moerasspirea

In memoriam Anny Lepelaars

De eerste lentedagen hebben we weer gehad, en de paden zijn wat wij noemen snipperklaar voor de jaarlijkse Boomplantdag. Het was een vreemd begin van dit nieuwe jaar. Zoals bekend overleed Anny Lepelaars op 27 januari. Ze was mijn vaste tuinmaatje. Trouw iedere maandagmiddag en op woensdag de hele dag. Ze ging meestal meteen aan de gang, Anny op de knieën in een van de perken of op een pad.

Ik kende Anny al van onze muziek- en dansclub en had geluk dat ik haar toevallig hoorde zeggen dat ze als vrijwilliger in de tuin kwam werken toen ze met vervroegd pensioen ging. Dus strikte ik haar voor de Wildeplanten tuin. Ze schafte enkele boeken aan, fotografeerde de planten en vlinders, en in een mum van tijd leerde ze de planten kennen. Het resulteerde zelfs in een mooi fotoboekje met in de tuin groeiende en bloeiende planten.

Toen ze begon was ook Dora van Otten nog een trouwe vrijwilliger en die was, tot vreugde van Anny (toevallig?), ook afkomstig van Hulsel. Zo’n dorp waar iedereen wist wie wie was en onder het wieden door werd er aardig wat af gekeuveld. Het was jammer dat Dora stopte als vrijwilliger in de tuin, maar de vriendschap bleef en Anny bracht haar nog regelmatig een bezoek.

Na een winter is het altijd weer de vraag hoe het is met de diverse planten, niet bevroren? Gelukkig was de favoriete plant van Anny, de Italiaanse Aronskelk, er nog wel. Ergens in een hoekje bij de insectenmuur. Anny controleerde steeds hoe het er mee was. Ik vond hem (of is het haar?) eigenlijk niet zo thuis horen in onze Wildeplantentuin, niet wild genoeg. Maar met de gedachte aan Anny heb ik het nu opgezocht en ja hoor er valt veel over te vertellen, maar ik houd het kort. In ieder geval is de Aronskelk wild genoeg voor in de tuin.

 

Aronskelk

Er zijn meerdere soorten Aronskelken, er is een inheemse Gevlekte Aronskelk (Arum maculatum), in de Wildeplantentuin groeit de Italiaanse Aronskelk (Aron italicum), in de 17 de eeuw naar Nederland gehaald, als Stinsenplant. Het is een meerjarige kruidachtige plant. In de herfst verschijnt al het mooie blad, kenmerkend met witte lijnen langs de nerven. In de lente verspreid de bloeiwijze, een aasgeur wat insecten lokt. Het blad sterft na de bloei af en blijft een kolf over met oranje/rode bessen. Hij groeit voornamelijk in milde streken van zuidelijk Europa en is in Nederland aangeplant en verwilderd in bosachtige omgevingen, op vochtige en voedselrijke grond. Hoewel erg giftig, is hij ook wel weer geneeskrachtig en verwerkt als medicijn tegen verkoudheid en alle daarmee samenhangende kwalen. Na koken of drogen gaat de giftigheid grotendeels verloren en worden de wortels tot stijfsel verwerkt en soms zelfs gegeten, met een sausje misschien wel lekker?

Ondanks dat de tuin absoluut niet bosachtig is, doet hij het er prima. Ik nam al enkele zaailingen waar. Eten zal ik hem niet, maar ik beschouw deze plant voortaan wel als een blijvende herinnering aan Anny, die we nog vreselijk zullen missen.

Leen Verhoeven, februari 2015

Aronskelk

Bloem van de Aronskelk
Italiaanse Aronskelk https://nl.wikipedia.org/wiki/Aronskelk
Leen Verhoeven en Dora van Otten in Natuurtuin 't Loo
Leen Verhoeven en Dora van Otten in Natuurtuin 't Loo
Vrijwilligers van Natuurtuin 't Loo
links Koos Ligtvoet, rechts Anny Lepelaars, in het midden Ingrid van den Putte

Kardinaalsmutsen en spreekwoorden

Het voortdurende mooie weer gaf ons de gelegenheid om in de Wildeplantentuin nog wat langer te werken, altijd genoeg te doen. Door de vrijwilligers werd op donderdag ook nog volop gewerkt. Tijdens een wandeling door de tuin zag ik een nieuwe paddenpoel en bouwwerken voor allerlei ander beestenspul. Het zag er geweldig uit.

Ik ontdekte tegenover de zonnewijzer een prachtige Kardinaalsmuts. Als je de vruchten bekijkt zie je goed waarom dat de Nederlandse naam is. Onlangs kwamen de Roomse Kardinaalsmutsen op TV ook weer voorbij (ik zie de struik liever als ik eerlijk ben).

Euonymus

De wetenschappelijke naam van de struik, of kleine boom, is Euonymus. Er zijn verschillende soorten. Om er enkele te noemen:  de wilde,  Euonymus europaeus, de Japanse, Euonymus Japonica of een paars/Roder Euonymus Atropurpurea. In de tuin is het vermoedelijk een wilde. Ze zijn erg giftig, maar werden wel in de geneeskunde gebruikt, voor hart, lever en als braakmiddel. In vroegere tijden maakte men van de bladeren en vruchten poeder en bestreed hiermee hoofdluizen. Het hout is heel hard en er worden houtverbindingspennen en spoelen van gemaakt. Er bestaat ook een kruipende Kardinaalsmuts, Euonymus fortunei. Deze is winterhard en wordt als bodembedekker gebruikt.

Bierkaai

Over bodembedekkers gesproken, die hebben we  in onze tuin genoeg, ze bezorgen ons het meeste werk, we krijgen vaak opmerkingen, dat de bordjes niet kloppen, bij bijvoorbeeld het bordje ‘Aardbei’ telde ik 11 andere soorten. “Het is vechten tegen de bierkaai”. Zo’n spreekwoord dat je gebruikt waarvan je weet wat het betekent, maar niet waar het vandaan komt. In veel steden zijn er bierkades. Toen dat nog geen steden waren, mocht men er zelf geen bier brouwen. Dat werd aangevoerd en verhandeld door Bierstekers (brouwers en handelaren). In de 17de eeuw mochten ook alleen maar Bierstekers aan die kades wonen. Het spreekwoord stamt waarschijnlijk uit de 19de eeuw omdat toen op de bierkade bij de oude Kerk in Amsterdam, bekend stond om hun Knokkers, er enorm werd gevochten en men van die  Knokkers  niet kon winnen. Dat wij het niet kunnen winnen van het kruipende en alom zaaiende spul, is niet echt erg, we zijn bezig en we zijn buiten, en  “Na gedane arbeid is het goed rusten!”

Leen Verhoeven, november 2014

Kardinaalsmuts

Wilde kardinaalsmuts met bessen
Wilde Kardinaalsmuts. bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilde_kardinaalsmuts

IJsheiligen en IJsduivels

De laatste woensdag van oktober was nog een mooie dag, het was stil in de tuin. Aan de nieuwe Wingerd wordt op woensdag niet gewerkt, de bouw lag er verlaten en wat rommelig bij, geen timmergeluiden dus en gezellig koffie drinken samen. Ik had het rijk alleen.

Er vlogen nog wat vlinders en het lawaai van kraaien viel op. Ik herinnerde me het gezegde op een kalenderblaadje: “Houden kraaien voor Allerheiligen school, zorg dan voor hout en kool!” Zou het dan een strenge winter worden? Ook las ik ergens iets over de IJsduivels. Dat zijn de dagen tussen 28 oktober en 2 november. Ik had er nog nooit van gehoord, maar dan moeten vorstgevoelige planten naar binnen.

De IJsheiligen kennen we wel van 11 tot 14 mei, daarover is genoeg te vinden in mijn Heiligenboek. Bijvoorbeeld de Heilige Marmertus op 11 mei “oud en grijs, hij houdt van vriezen en van ijs!”, 12 mei Pancratius, 13 mei Servatius, 14 mei Bonifatius “Pancraas, Servaas en Bonifaas, zij geven nog vorst en ijs helaas!”.

Heilige Clara

Over IJsduivels vind ik niets, zeker niet in een boek over heiligen, maar bij 30 oktober staat wel de Heilige Clara van Montefalco. Niet verwarren met de Heilige Clara van de ‘worst voor mooi weer’. Haar feestdag is 11 aug. en die is wel de moeite waard om er wat over te vertellen. Deze Clara werd in 1194 in Assisi geboren, zij sloot zich aan bij de armoedebeweging van Sint Franciscus en stichtte de orde van Clarissen. Wonderen en visioenen werden aan haar toegeschreven (en daarom werd ze in 1958 door Paus Pius XII benoemd tot patrones van de televisie. Ze werd aangeroepen voor genezing van oogziekten.

Ogentroost

Ook een plant werd met haar in verband gebracht: de Ogentroost, de geslachtsnaam is Euphrasia, afgeleid van het Grieks, wat opgewekt en blijmoedig betekent. In Frankrijk “Herbe de Sainte Claire”. Het bekoorlijke aanzien van de bloemen zou iemand in blijmoedige stemming brengen. Jammer dat het in de wilde plantentuin niet groeit.

Er zijn diverse soorten Ogentroost: bos-, rode-, stijve- en slanke ogentroost, en ook nog ondersoorten, o.a. de akkerogentroost. Ze behoren tot de Helmkruidfamilie. Het zijn parasieten en ze gedijen voornamelijk op grassen (en daar houden wij niet zo van).

De geneeskracht van de plant was al in de oudheid bekend, oa. bij duizeligheid, maagpijn en hoestaanvallen. Vooral voor oogkwalen is ze vermoedelijk ontdekt vanwege het uiterlijk van de bloem, die roodgeaderd is met een donkere vlek. Lijkens op een pupil waardoor die aan een oog doet denken. Ogentroost wordt nu nog gebruikt en zou zelfs bij staar helpen, waardoor het in Frankrijk ook de naam Casse-lunettes (breek de brillenglazen) kreeg. Euphrasia oogdruppels is een prima middel bij branderige en vermoeide ogen en zelfs te koop bij de Hema.

Waar en wanneer precies het ‘offeren van worst voor mooi weer’ ontstaan is? Ooit tijdens Carnaval vermoed men. In België offert men daarvoor eieren in plaats van worst: “Eieren voor Klaarke, goed weer voor het paarke”. Mooi weer kunnen we in de tuin, en zeker tijdens de verbouwing van de Wingerd, wel gebruiken, misschien moeten we dus met een worst of in ons geval beter met eieren, naar de Clarissen in Someren of Mechelen?

Leen Verhoeven, december 2013

Ogentroost

Ogentroost
Ogenstroost bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ogentroost

Ster of Roos?

Begin December. De laatste bladeren zijn gevallen, het lawaai van de bladblazers is verstomd en in de supermarkt trekt het felle rood van de Kerststerren (Euphorbia pulcherrima) de aandacht. Ze zijn er ook in roze en wit, en aangezien ik jarig ben deze maand ben ik verzekerd van enkele van die sterren. Helaas halen ze Kerstmis meestal niet, of met nog slechts een paar blaadjes. Ze zou langer mooi blijven na een remstofbehandeling…

Bij mij in de tuin bloeit reeds nu de Kerstroos, stralend wit. Volgens kenners bloeit ze slechts met zacht weer al met kerstmis. De Kerstroos, ook wel Vuurwortel en Sneeuwroos genoemd is een Helleborus (Niger). Er zijn zo’n 15 tot 20 soorten, in allerlei kleuren, en bloeiend in verschillende tijden. Om er enkele te noemen: Helleborus Artrorubens (paars), Helleborus Orientalis (rood) en ook nog hybride/cultivars (bastaarden of gecultiveerde planten). De Helleborus Niger komt oorspronkelijk uit de Alpen. Meer is er te vertellen over de Helleborus Foetidus, ook wel Stinkend Nieskruid genoemd. De bloemen zijn geelgroen met een rood randje, een plant uit Zuid Europa en nog zeldzaam voorkomend in België. De plant verspreidt een vreselijke geur. De wortel werd geoogst voor medicinaal gebruik en men maakte er poeder van dat werd verwerkt in snuiftabak: als men snoof ging men niezen en dit zou reinigend werken. Het poeder zou ook werkzaam zijn bij hoofdluis, en werd gebruikt als ontwormingsmiddel. Maar het doodde niet alleen de wormen, maar ook vaak de patiënt!

De plant is erg giftig, Helleborus zou ‘dodende spijs’ betekenen. Ergens wordt vermeld dat Alexander de Grote is overleden aan een overdosis van dit spul!

Een tinctuur zou zenuwpatiënten tot rust brengen (letterlijk??). Dit was al bekend in de Griekse mythologie. Proetus, de legendarische koning van Tiryns (oude Griekse stad), had drie dochters. Deze werden voor straf, vanwege hun minachting voor de Godin Hera, met ‘razernij geslagen’. De een overleed, de andere twee genazen, dankzij een medicijn gebrouwen uit het Nieskruid door de arts Melampus, die tijdens het schapen hoeden (als bijverdienste?) de geneeskracht van het kruid ontdekte.

De vraag is wel welk Nieskruid bedoeld werd, want op Voorne en in Beierland verhaalt men van de Scherpe Boterbloem, met de zelfde eigenschappen, vermeld in een boek van Dodanaeus, kruidkundige en stadsarts in Mechelen. Beide planten zijn van de familie Ranunculus. Vanwege de enorme giftigheid wordt het tegenwoordig nog maar zelden gebruikt.

In een kruidengezondheidsboek vond ik nog een Nieskruid, de Witte Nieswortel (Veratrum album, Lelie-familie). De plant is te vinden in vochtige weiden en is ook erg giftig. Vroeger gebruikt als moord- en pijlgif, maar ook wordt hieruit een middel bereid voor zenuwpijnen en spierziekten. De Helleborus Foetidus wordt graag door bijen bezocht en mieren zorgen voor de verspreiding van de zaden. Elk zaadje bevat namelijk een witachtige verdikking waaruit olie komt, het zogenaamde mierenbrood. Of de plant iets zou zijn voor onze wilde plantentuin geloof ik niet: ze geeft de voorkeur aan gemengde loofbossen, en met de enorme hoeveelheid mieren die we tijdens het werken tegenkomen, zou de tuin in een mum van tijd een ‘Stinkend Niesparadijs’ zijn! En de Scherpe Boterbloem? We hebben al genoeg werk met de kruipende!!

Fijne feestdagen !

 

Leen Verhoeven, december 2012

Kerstster
Kerstster bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerstster_(Euphorbia)

Heleborus

Bloem van de Helleborus Niger
Helleborus Niger bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerstroos_(Helleborus)
Stinkend Nieskruid
Stinkend Nieskruid bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Stinkend_nieskruid

Brussels Lof

“Wie het onkruid een jaar laat staan, kan zeven jaar wieden gaan!” deze wijsheid stond op mijn Gerarduskalender enkele maanden geleden. Ik had dat blaadje op mijn prikbord gehangen en toen ik in februari de wilde plantentuin betrad, kwam dat gezegde in me op. Zelfs na een paar wintermaanden lijkt het er wel op of we voor zeven jaar te wieden hebben, en zullen wij er ook weer tegenaan moeten om alles binnen de perken te krijgen.

Ik was reuze benieuwd of het door ons gezaaide Witlof de nattigheid en de vorst had overleefd, nu denkt u misschien wat moet Witlof in een wilde plantentuin? Begin dit jaar was het Witlof erg actueel bij het nieuws op de Belgische televisie en in een artikel in de krant las ik dat de consument van Witlof vergrijsd. Dat onderzoek was niet voor niets want in de Allerhande van AH van februari stond prompt een artikel en lekkere recepten. Men wil de groente aantrekkelijker maken voor jongeren, opdracht vanuit Brussel?

Wij zaaien Witlof speciaal voor de bloemen, de Wilde Cichorei, (Cichòrium intybus). De plant die wij bedoelen, en graag willen hebben in een perk, is een vaste plant die voornamelijk groeit en bloeit in de bermen en wel 2 meter hoog kan worden. Witlof is daar een gekweekte vorm van, evenals Andijvie (Cichorium endivia). Men beweert dat Witlof werd ontdekt door ene Jan Lammers die in Schaarbeek tijdens de afscheidingsoorlog met Nederland, vlakbij Brussel, de cichoreiwortels had verstopt in de kelder onder een laagje zand. Na enkele weken ontdekte hij dat de blaadjes waren uitgelopen en zoet en mals smaakten en hij verkocht ze als wintergroente (Wit Loof). En zo is het gekomen!  In Belgie werd het dus Brussels lof.

Maar terug naar de wilde. Al in 1775 vonden twee Franse artsen (Harpong en Bruno) dat de geroosterde en gemalen wortel kon dienen als surrogaatkoffie. Wel wat bitter van smaak, maar prima als vervanging van echte koffie. Het werd wel Bitterkruid of Peekoffie genoemd. Peekoffie herinner ik me als Buisman in zo’n blauw blikje, wat mijn moeder in de koffie en bij de jus deed, voor de smaak en kleur. Maar dat is gebrande suiker. De liefhebbers van échte koffie spraken van Sjacherijnkoffie, mijn familie in België zet nog koffie gemengd met Cichorei. Een pakje Cichorei (merk Graindor, gefabriceerd in Frankrijk) is nog te koop in de Belgische supermarkt.

En natuurlijk ook over deze plant zijn er fabels. Men beweerde dat op plaatsen waar ze groeide de Heilige.Petrus zijn sleutels had laten vallen… De plant kreeg ook de naam Wegenwachter of Verwenste Juffer, wat zou slaan op een ontrouw meisje dat veranderd werd in de plant en zo als voorbeeld voor andere meisjes, voor eeuwig langs de weg moest staan. Ook was de plant vroeger het symbool van de trouwe liefde. Een naam die wijst op haar bloeiwijze is Zonnekruid, ze is erg gevoelig voor licht, bij donker en regenachtig weer sluit ze haar bloemen.  De bloemen zouden  magische krachten hebben omdat ze hemelsblauw van kleur zijn en heel soms wit. Steek je de bloeiende plant in een mierenhoop dan worden de bloemen rood. Vroeger een wonder maar nu weten we dat het komt door het mierenzuur.

In de volksgeneeskunde werd de wortel als maagmiddel aangewend en het sap bij lever en miltklachten en bij gebrek aan eetlust. De plant inspireerde zelfs dichters zoals Jacobs Cats, toch ook niet de minste:

Hier raad ick ons vrouw haer wel te willen pynen
Te maken van het huys gemeene medicynen
Te queeken in de hof: Tym, Botris, Alsem Ruyt
Endivy, Cichorei en ander heylsaem kruyt.

Mijn poging bij deze het Witlof te promoten verdient misschien wel Lof van Brussel.

Leen Verhoeven, september 2011

Wilde Cichorei

Wilde Cichorei
Wilde Cichorei bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilde_cichorei

Wandelstok of bezem

En zo is het alweer december, iedereen is het vast met me eens dat de tijd  te snel gaat.  Als ik terugkijk naar weer een jaartje tuinieren in de Wilde plantentuin is het omgevlogen.  En als ik dan hoor klagen over een slechte zomer, ben ik het er niet mee eens. Wij hadden slechts enkele dagen dat we even voor een buitje moesten schuilen. De tuin was weer prachtig met veel bloemen, vlinders, insecten en bezoekers. De prachtige herfst gaf ons ook de mogelijkheid om lekker nog wat door te werken en we hebben dan ook diverse planten kunnen verplaatsen naar het bedoelde perk. Het mooie weer zorgde ook voor verrassingen.

 

Mispel

Op diverse plaatsen in de tuin staan enkele prachtige Mispelbomen, dit jaar met enorm veel vruchten. In oktober verschenen aan de takken vol vruchten ook weer bloemen, heel bijzonder. Bezoekers die de tuin bewonderden kwamen regelmatig vragen wat dat toch voor een struik was, terwijl toch bij een ervan wel een naamplaatje staat. Dat deed mij afvragen of de Mispel een boom of een struik, dus ben ik er maar weer eens voor gaan zitten.

Op Google vond ik best veel informatie. Er zijn verschillende  soorten Mispel. O.a. Dwergmispels (Cotoneaster) waarvan de Cotoneaster Horizontalis massaal door bijen wordt bezocht. In de tuin heb ik deze mispel niet gevonden. De mispel, Mespilus Germanica, die ik bedoel, is door de Romeinen naar onze streken gebracht, kwam in Duitsland talrijk in het wild voor en heet misschien daarom Germanica. Het is een struikachtige boom zou je kunnen zeggen. In Nederland zijn er enkele gekweekte soorten, zoals bv. de Bredase Reus, vaak geënt op de meidoorn, met in het voorjaar appelbloesemachtige witte bloemen, en vervolgens mooi gevormde vruchten. Heel decoratief op een schaal. Ze zijn het lekkerst en pas te eten, als ze beurs zijn, dus niet echt rot, en (!) de vorst moet er overheen geweest zijn. Na de pluk legde men ze tussen stro om tot rotting te komen.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik ze nog nooit geproefd heb, het spreekwoord “Zo rot als een mispel” zei men altijd van hoestende mensen en het idee iets te eten wat rot is ? Maar na al de gevonden informatie… wie weet, toch eens proberen.

 

Gebruik

De vrucht bevat veel looistoffen en organische zuren en daardoor waardevol als middel bij maag en darmklachten en ze is urineafdrijvend. Ook werd de vrucht en het blad gebruikt bij ontstekingen in de mond, zelfs de bast kan gebruikt worden, maar dan overleeft de boom het waarschijnlijk niet.

Enkele jaren geleden maakte de kookgroep van de natuurtuin ook eens jam van. Het bereiden was een enorm werk en zag er erg ´bruin´ uit kan ik wel zeggen. In een boekje vond ik enkele nuttige recepten, zoals bv. een gorgeldrankje, (wat mispelmoes mengen met bronwater).  Dat zou helpen tegen een kater. Een maskertje van fijn gewreven bladeren zou goed voor de huid zijn, wie weet ook een anti rimpel middel!?

Zelfs de takken werden gebruikt, men maakte van een vork een wichelroede, en een kruisje van mispelhout bracht bescherming en geluk en zou de duivel verjagen. De angst voor die duivel zat er bij onze voorouders goed in want ze besproeiden op 1 Mei altijd de wortels van de boom om hem uit de buurt van de Mispelboom te houden.

Ook leuk om te weten: heksen maakten hun bezemstok van mispelhout, maar een wandelstok van mispel is voorbehouden aan welgestelde heren.  Ja, verschil moet er zijn!

Leen Verhoeven, december 2011

Mispel

Vruchten van mispel
Mispel bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mispel

Rozemarijn

 

Eind februari kreeg ik het verzoek voor dit stukje. Het weer was niet echt geschikt om inspiratie op te doen, maar ik toog toch naar de tuin. Ik was er de hele winter niet geweest en zag dat er toch flink gewerkt was, maar het leek vooral mannenwerk. Er was gesnoeid en er waren vooral voorbereidingen gedaan voor de nieuwe paden. In de Wildeplantentuin was het maar een trieste boel. Er waren weer wat jongeren -vermoed ik tenminste-, die zich verveeld hadden, want er lagen weer diverse vernielde pannen links en rechts in de perken en ik vond een informatiebord halverwege een pad. Ik zou mijn inspiratie dan maar opdoen in Spanje waar ik nog een weekje naar toe zou gaan, en dat is min of meer gelukt, want daar leek wel het lente.

De amandelboomgaarden stonden in volle bloei, of het echt lente was. Er is nl. een soort amandelboom die ’s winters bloeit, prachtig met het grijs van de olijfbomen. Maar ik was het meest onder de indruk van de rozemarijn gewoon langs de kant van de weg, tegen de rotsen, zelfs tussen de stenen van een brug.

 

In onze kruidencirkel staat een zielig struikje dat we vorig jaar hebben gekocht omdat de oude struik de winter niet had overleefd, of dit jaar de de strenge vorst heeft overleefd kon ik nog niet zien, ik was dus benieuwd naar de bijzonderheden van dit heerlijk geurende kruid. De officiële naam is Rosmarinus officinalis. Dat betekent Dauw van de zee en groeit daarom in de kuststreek misschien het beste. Ook in koude streken overleeft de struik, maar niet in combinatie met te veel vocht, wat waarschijnlijk in onze tuin het probleem is. De plant met prachtige blauwe bloemen geurt heerlijk.

 

Gebruik

Ik las ergens dat men vroeger, toen er nog geen deodorant was, een struik bij de ingang van het huis plantte, zodat als men er langs liep, de geur in de kleding bleef hangen. Men roosterde vlees boven een vuurtje van oude rozemarijnstruiken, waardoor het een bijzonder aroma kreeg. Het is ook lekker in soepen en sauzen, goed voor de spijsvertering en helpt ook tegen lage bloeddruk. Rozemarijnspiritus op de huid gewreven helpt tegen spierpijn en zenuwpijnen. Men gebruikt het nog in oliën en parfums. Je moet het echter niet teveel gebruiken en zwangere vrouwen al helemaal niet, het werkt samentrekkend en zou de baarmoeder te sterk stimuleren. Ik vraag me af of het dan misschien ook tegen rimpels werkt? Met Tijm en Salie is het een van de zonnekruiden. Kook van deze 3 kruiden ieder 10 gram een kwartier in een halve liter water, zeef en drink voor het slapen gaan een kopje met wat citroen en honing. Bij een verkoudheid zou dit de nachtrust bevorderen.

Tot slot nog een recept voor de rokershoest en ik las dat zelfs een nicotineverslaving zou kunnen overgaan! Neem een lepel fijngehakte rozemarijn, giet daarover twee koppen witte wijn, bedek het glas en laat het mengsel 48 uur trekken, zeef en drink het met kleine teugjes op. Men waarschuwt er wel bij dat je, als de verslaving over is, je een grote voorliefde voor witte wijn kan aan overhouden. Maar daar zal dan ook wel weer een kruidje voor zijn. Dat zoek ik dan voor een volgend stukje weer op, mochten er klachten komen.

 

Leen Verhoeven, maart 2010

Bloeiende Rozemarijn
Rozemarijn bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Rozemarijn_(plant)

Lis de la valée

 

We hadden het de eerste weken van de lente druk in de Wildeplantentuin. Het was er nog nat en koud en veel werk. Vanwege het 25-jarige lustrum van de uitwisseling van het Kempisch volksorkest (van wijlen Harrie Franken) en Chants et Danses du Berry uit Chateauroux. Het Kempisch volksorkest is wel bekend van de muzikale omlijsting van onze jaarlijkse Natuurmarkt. Anny en ik zijn er ook lid van. Er was er een dag gepland met feestelijkheden. Waaronder het in gebruik nemen van een picknicktafel. Speciaal voor deze gelegenheid door leden van het orkest gemaakt. Voorzien van een plaquette als herinnering zou de burgemeester de picknicktafel offiiceel al eerst gebruiken. Dus moest de Wildeplantentuin er toonbaar uitzien. Op de grote dag 15 mei, was het gelukkig stralend weer. Het school-Frans werd naar boven gehaald en met een paar tolken lukte het aardig. De Franse gasten vonden alles superbe! Wel vroeg iemand na een wandeling door de tuin, naar Lis de la vallée, want dat bloeit in mei en zou iets bijzonders zijn en tres, tres bien pour le coeur.

 

Lelietjes

Ik dacht meteen aan iets romantisch , maar toen ik het later opzocht in mijn lexicon was het het Lelietje van Dalen, een bosplantje ook bekend als Meiklokje dat in het bos bij mij enorm woekert. Vroeger, als kinderen, plukten we het in het parkje bij de dominee op Het Hof om het Mariabeeld in de meimaand te versieren. De officiële naam is Convallaria majális.  Het zou giftig zijn maar wordt ook nu nog gebruikt in de homeopathie als medicijn voor hartklachten, waar het speciaal voor wordt geweekt. Het is als Convallaria Complex verkrijgbaar in de apotheek. In de 15de eeuw was het erg in trek gedroogd als niespoeder en getrokken in zoete wijn als Hartmans beroertewater. Men droeg het zelfs mee in zilveren flesjes. Dat het hoog stond aangeschreven bij geleerden in die tijd is nog te zien op afbeeldingen van hen, zoals in het Deutsche museum te München. Op een portret van de Poolse astronoom Copernicus met het plantje in zijn linkerhand.

 

Tranen

Een legende vertelt dat het lelietje is ontstaan uit de tranen van Maria Magdalena bij het graf van Jezus. Verder was het gewijd aan de godin Ostara, zij werd vereerd als de godin van het opkomende licht en het naderende voorjaar. En zo kan ik nog wel even doorgaan met allerlei weetjes over dit dus ook weer speciale plantje. Jongelui in de 15de eeuw droegen het bij zich voor liefde en geluk ! Ik heb het in de Wildeplantentuin toch ook maar een plaatsje gegeven, als het aanslaat hebben we bij een volgend lustrum een heel perk, en als het dan toch goed zou zijn voor het hart, hebben we het tegen tijd misschien wel nodig… Wel of niet romantisch.

Leen Verhoeven, augustus 2010

Lelietje van dalen

Bloemen van lelietje van dalen
Lelietje van dalen bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lelietje-van-dalen

Hooi of Strooi

 

Toeval bestaat niet zegt men wel eens. Ik twijfel. Want was het toevallig dat het deze prachtige zomer op onze wekelijkse werkdag op woensdag 34 graden was. We alleen ’s morgens werkte en ik ’s middags eens kon gaan snuffelen in de ‘Brocante’ van zuster Martinia. Tweedehands spul voor een paar euro’s, verzameld ten bate van een project in Kisumu. En daar vond ik het boek Planten en hun naam, een Botanisch Lexicon voor de lage landen door H. Kleijn.

De vorige eigenaar had het intensief gebruikt want veel was onderstreept. Bloemen met volksnamen, legendes en de geneeskrachtige waarde. Ik ben er enorm mee in mijn schik en nu kwam het goed van pas. De nieuwsbrief van de natuurtuin moest een kersteditie worden. Wilde planten en Kerstmis? Even dacht ik aan het liedje St.Jozef, uit de verzameling van Harrie Franken, wat we met Ut Muziek altijd in de kersttijd zongen en waarvan ik de eerste regels zo mooi vind omdat die meteen een beeld schetsen van het gebeuren in het stalletje van Betlehem:

 

St. Jozef zoekt in ’t stalleke, ’t verloren stro bijeen

Marie drukt in haar armen haar Jezu kindje klein…

 

Nu vroeg ik me af was het hooi of was het strooi wat St.Jozef zocht? En dacht ik aan het Lievevrouwebedstro, wat we in de tuin ook hebben. En jawel in mijn nieuwe Lexicon een heel hoofdstuk. De Latijnse naam is Asperula odorata en slaat op de geur die het in gedroogde toestand verspreid. Het zou hetzelfde ruiken als gedroogd hooi. Men noemt het ook wel Meikruid . Vanwege het aroma werd het in het Rijngebied ook in wijnen gedaan en maakte men aftreksels voor in de meidranken. Het geurig maken van voorjaarsdranken vond men al beschreven in het jaar 854, en het drinken ervan hoedde voor hart en leverkwalen. Vanwege de geur stopte men het in zakjes en zouden meisjes het gebruikt hebben om een man te lokken, hiervoor staat in de tuin te weinig! In Groningen noemt men het daarom ‘Kom-lok-mij-de-vent’.  En zo zijn er nog diverse andere namen. Maar om in de kerstsfeer te blijven noem ik nog de naam die Grimm eraan gaf namelijk Walstro. Omdat het kruid gewijd was aan Freia, de godin van de geboorte, en Wal (Duits) zou dan wieg betekenen. Een legende vertelt dat St. Jozef  het kruid gebruikt zou hebben om in de stal van Betlehem het bed van Maria mee te spreiden . Het Lievevrouwebedstro werd ook in het wiegje gelegd om het kind te beschermen tegen ziekte en ander onheil, welk bijgeloof in het jaar 734 op het concilie van Leptines onder voorzitterschap van de H. Bonifacius als een verboden handeling werd verklaard in artikel 19. Ik kan nog wel door gaan met allerlei weetjes over dit, zoals blijkt, bijzonder plantje.

 

Schapengras

Een ander kruid, Angelica Sylvestris, de mooie Engelwortel, werd door een Engel toegewezen aan de lijdende mensheid (‘t was toch ook waarvoor dat Jezus werd geboren ?).  Met Engelwortel kunnen wij in de tuin wel een heel perk vullen.

Dan vond ik nog verhalen over Duizendblad, Achillea millefolium (hebben we ook meer dan genoeg). Een geweldige en enigszins in dit verhaal toepasselijke plant. Het is bekend als Wondkruid en zou bloedstelpend zijn. Maar ook bekend als Timmermanskruid en dat zou dan te danken zijn aan St. Jozef, die op de plant gewezen werd door Jezus toen hij zich verwondde tijdens timmerwerkzaamheden. Het kreeg te veel namen om op te noemen, ik besluit maar met de naam die het op Texel kreeg, namelijk Schapengras, want wat is een kerststal zonder schapen?

Een fijn kerstfeest en voorspoedig 2010.

 

Leen Verhoeven, december 2009                

Omslag boek
Omslag Planten en hun namen

Lievevrouwebedstro

Lievevrouwebedstro
Lievevrouwebedstro bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lelietje-van-dalen

De oudere columns van Leen worden uit ons archief gehaald. We zullen ze hier verder gaan aanvullen.